Stinzenplanten bloeien weer!

Kleurrijke voorjaarsbloeiers

Het is begin februari, maar de echte winter is ver te zoeken; daarom lijkt een Elfstedentocht er niet meer in te zitten dit jaar. Jammer, maar dat biedt weer kansen voor een vroege start van de planten in onze tuin. De Helleborus doet het goed en ook de zogenaamde stinzenplanten, zoals de Winterakoniet en het Sneeuwklokje geven al wat kleur aan de tuin.

Het woord stinzenplant komt van het Friese woord stins, dat stenen huis betekent. Er wordt een met stenen gebouwd huis mee bedoeld. Dit waren de woningen van adellijke of aanzienlijke heren, die dikwijls landgoederen bezaten. In Friesland is het specifiek bij stinzen voorkomen van plantensoorten voor het eerst beschreven. Stinzenplant is de benaming voor een groep planten die van oorsprong in een regio alleen als ingevoerde sierplantensoort voorkwam in landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen en dergelijke, en zich daar handhaafden of verwilderd zijn.

Winterakoniet

De Winterakoniet (Eranthis hyemalis) is een plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). Het is een stinzenplant die al vroeg in het voorjaar bloeit (januari tot maart). De Winterakonieten komen van oorsprong uit zuidelijker heuvelachtige gebieden van bijvoorbeeld Italië en Slovenië. Winterakonieten hebben als eigenschap dat de bloemen alleen open gaan als er voldoende zon is. Grote groepen Winterakonieten zijn net als Sneeuwklokjes een indrukwekkend gezicht. Ze maken de meeste indruk als de bloemen open zijn (zon) en trekken, als de temperatuur voldoende hoog, is ook veel hommels en bijen. De Winterakoniet is in de Benelux vrij zeldzaam en komt voornamelijk voor op en in de buurt van oude landgoederen.

Sneeuwklokje

Het Sneeuwklokje (Galanthus nivalis) is een van de eerste soorten stinzenplanten die bloeien in het voorjaar. De groeipunten komen tegenwoordig vaak al in december boven de grond. Bij ons in de tuin was de Winterakoniet dit jaar toch iets eerder dan het Sneeuwklokje. Sneeuwklokjes breiden zich vooral uit door de vorming van jonge bolletjes. Als de pollen erg dicht worden komen de bolletjes zelfs bovenop de grond te liggen en kunnen zo ook verspreid worden over het terrein. Het verspreiden van de bolletjes kan actief gebeuren door ze op te graven en uit te planten. In de natuur verspreiden veel stinzenplanten zich doordat ze op hellingen op vrij losse grond groeien waardoor de nieuwe bolletjes makkelijker worden verplaatst zonder tussenkomst van de mens. Ook activiteiten van dieren kunnen verspreiding bevorderen. Misschien is er een taak voor onze hond Murphy weggelegd?

Wandelexcursie’s

Wij genieten van de stinzenplanten in onze tuin. Maar om nog meer stinzenplanten te ontdekken is het mogelijk in te schrijven voor een van de wandelexcursie’s in de Martenastate bij Cornjum. Deze worden georganiseerd door It Fryske Gea. Voor meer informatie kijk op: www.itfryskegea.nl

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *